LOADING
00

Het is de tijd van het Zomer St. Jan, maar we moeten dit jaar ons samenzijn missen. Vorig jaar kwamen we samen in een Veldloge in de Noordoostpolder. Halverwege het ritueel moesten we schuilen in de schuur om onze arbeid voort te zetten en onze beslotenheid intiemer te vieren.

Afgelopen jaar is het missen van deze intimiteit is voor iedereen anders geweest. Iedereen reageert anders op de aanleiding tot het gemis maar ook op het gemis zelf. Dat maakt ook dat we elkaar niet altijd even goed verstaan. De reactie van de ene is anders dan de reactie van de ander en we zijn niet altijd even goed in staat om er de juiste woorden aan te geven.

Zonder Woorden

Gelukkig kennen we allemaal iets dat méér dan alleen woorden is. Iets dat voorbijgaat aan het verstand en vraagt om bij onszelf te rade te gaan. In het Engels is ‘te rade gaan’ to re-examine. Het her-onderzoeken van van onszelf. De vieringen van de getijden, in het bijzonder het Winter en Zomer St. Jan stemmen ons hiertoe. Maar daar hebben we wel iets voor nodig.

‘Allereerst is dat een werkplan’, zo sprak de 1e Opziener vorig Zomer St. Jan, ‘want zonder dit plan is dit werk niet mogelijk’. ‘Dit plan dragen de Broeders in hun hart, maar moet nog voor hun ogen ontvouwd worden.’ Zij moeten het nog ontvouwen. En tijdens de uitleg van het Tableau door Br∴ Redenaar verschijnen zich voor de aanwezigen de symbolen in het zand. Zo ontstaat er voor ons een taal die elk van ons in zijn binnenste kent en uniek is. Ook is het tegelijkertijd de taal die we met elkaar delen.

“Broeders, wij zullen moeten erkennen,
dat wij het oordeel van de Meester
liever nog even uit de weg zouden willen gaan;
dat wij graag de gelegenheid zouden willen hebben iets goed te maken.
Dat geldt niet alleen voor ons persoonlijk,
maar ook voor onze Loge als geheel.”

A∴Mr∴over de duiding van de Arbeid tijdens het Zomer St. Jan

Onze Plichten

We worden opgeroepen om ons te bezinnen op de meest essentiële taak van de Vrijmetselaar, de eerste plicht ‘jegens zichzelf’. ‘Door in te keren in zichzelf tracht de Leerling het Licht te ontdekken. Het licht dat schijnt in de Duisternis.’ Want alleen door in te keren zijn we in staat te erkennen wat onze plaats is. 

"De eerste plicht van de Vrijmetselaar is de plicht jegens zichzelf. Door in te keren in zichzelf tracht de Leerling het Licht te ontdekken dat schijnt in de Duisternis. Zoals Johannes de Doper in eenzaamheid in de woestijn zocht naar het Licht, om daarna in de wereld terug te keren en van het Licht te getuigen, zo zal de Leerling zich voorbereiden op de taak die hem eenmaal wacht, door in te keren in zichzelf en in de Ruwe Steen de Zuivere Kubiek te ontdekken."

De plicht dan die aansluit bij ‘iets goed te maken voor ons persoonlijk en voor onze loge als geheel’ is onze tweede plicht die wij kunnen leren verstaan door het voorbeeld van Johannes de Doper. Zijn zwerven in de woestijn (inkeer) en het verspreiden van het Licht (uiten) inspireert ons om de oogst van onze inkeer te delen. De stem uit de woestijn roept jou en mij op om voorbij te zien aan onszelf. Want hierdoor zijn we in staat om de liefde tot de medemens tot ontplooiing te brengen. ‘Het is deze liefde tot de medemens die tweedracht, vooroordeel en achterdocht teniet zal doen gaan.’

"De tweede plicht van de Vrijmetselaar is de plicht jegens de medemens. Door te geven wat hij bezit, tracht de Gezel deze plicht na te komen. Bemoedigd door het voorbeeld van Johannes de Doper zal de Gezel zijn taak in de wereld verrichten met voorbijzien van zichzelf daarbij zijn liefde tot de medemens tot ontplooiing brengend. Het is deze liefde tot de medemens die tweedracht, vooroordeel en achterdocht teniet zal doen gaan."

Een nobel streven mijn Broeders, maar gemakkelijk is het niet. Als ik naar mijn eigen onvermogen kijk zie ik dat ik tekortschiet op dit gebied. Ik ben toch niet zo prudent als ik dacht. Maar ik heb wel een ander haakje waarmee ik het kan leren. Dat brengt me bij de rite en bij het symbool dat we hiervoor kunnen gebruiken.

Uitstellen van het Oordeel

We leren tijdens de Inwijding, Bevordering en Verheffing om geen conclusies te trekken over wat er zich afspeelt. Je maakt pas later iets van alles wat er gebeurt. Het zou vreemd zijn, misschien wel uniek als je in staat bent het geheel meteen te doorgronden, of überhaupt te geloven dat we het kunnen doorgronden als het al zo lang geleden is. Want daarvoor hebben we elkaar hard nodig. We gebruiken elkaar als spiegel om steeds weer meer en meer in onszelf te zien en te leren aan de hand van onze rite. 

Oudgedienden zijn soms geneigd om een vastgestelde ‘maçonnieke’ betekenis te geven aan rituele handelingen, symbolen en teksten. De valkuil van het willen-begrijpen. En dat terwijl de rite ons eigenlijk steeds weer laat zien dat het leven zo maakbaar is. De Meester die aan het Tekenbord arbeid is daar getuige van! Onze opvattingen zijn maakbaar zolang we open staan om te horen wat de ander zegt. Hij tekent aan het tekenbord om altijd correcties te kunnen maken, want zodra het in steen gebeiteld is wordt het statisch. Dat vraag om prudent handelen.

Zo zijn ook onze overtuiging over anderen. Ze mogen nooit in steen gebeiteld worden. En net zoals we ons oordeel moeten uitstellen om de Schoonheid van onze rite te kunnen naderen, zo moeten we ook ons oordeel uitstellen om die liefde tot de medemens, het voordeel en achterdocht van ons af te zetten. Elke keer wanneer we in Open Loge zitten kunnen we dit ideaal beschouwen. We zien dan de gezamenlijkheid en gelijkheid en keren dan naar het binnenste om daar te werken. Tijdens de comparities leren we een Broeder te zien als wezenlijk anders dan we zelf zijn, maar blijven we bij de grondslag van die gelijkheid die in ons wezen geëtst is.

Broederketen tijdens de Rouwloge van Br∴ Fousert

Acceptatie in de verschillen.

Wanneer we hier een onvermogen treffen, is er de ruimte om dit te bekennen en de hand uit te steken. Daarmee doe je een beroep op de tweede plicht bij de ander: het streven om de tweedracht teniet te doen. Dit streven wordt voor ons verbeeld in de Winkelhaak. 

De Winkelhaak

We hebben de Winkelhaak aangereikt gekregen. Dat symbool ‘staat’ niet voor de rechte verhouding, maar kan gezien worden als symbool voor vragen die je jezelf kunt stellen door hem bij jezelf aan te leggen. Vragen die bij jezelf nagaan wat nodig is om een rechte verhouding te bewerkstelligen. Zo kan de Winkelhaak gezien worden als de aanzet tot het uitstellen van het oordeel. Dat draagt bij aan ons streven om aan onze vooroordelen voorbij te gaan. Alleen dán kan de waarde van het symbool gaan spreken: in de praktijk.

Wie ben ik (voor de ander)?
Wie is de ander (voor mij)?
Welk oordeel ligt aan de grondslag van mijn opvatting?
Welk oordeel heeft de ander?
Wat weet ik niet?
Wat weet de ander niet?
Welke vraag kan ik stellen?

Is wat ik doe bevorderlijk voor de ander?
Hoe profiteer ik hiervan?
Wat is dit in het voordeel van de ander?
Welk recht schrijf ik mezelf toe?
Welk recht heeft de ander?
Hoe rechtvaardig ik mijn handelen?
Wat is ons verschil?
Wat is onze overeenkomst?

Laten we indachtig Johannes de Doper en het individuele karakter dat de Maçonnerie kenmerkt deze tijd gebruiken om bij onszelf te onderzoeken waar ons handelen schort. We ontwikkelen en leren in de loge, we proberen, falen en staan weer op.

SMIB

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *