Pieter Jan Bos

Pieter Jan Bos / Kaapstad  / Een nieuw huis

Een nieuw huis

Sodom

Als er bij Lot aan de deur wordt geklopt, doet hij de deur open en laat hij de stralende mannen binnen in zijn huis. Iets dat hem duur zal komen te staan, want de menigte om zijn huis nam toe. En hoe Abraham ook smeekt voor het sparen van de levens in Sodom en Gomorra, de rechtgeaarde zielen vertrekken snel uit de stad om het brandend achter te laten. Al vluchtend naar de stad die later ‘geringe’ of het weinige genoemd zal worden. Zelfs zijn vrouw, die verlangend terugkijkt naar de rijkdom, verandert in een zuil van zout. Gevestigd maar zo breekbaar. Zo vervuld van smaak, dat de rijkdom ervan verbitterd.

Bij monde van de profeet Ezechiël krijgen we een terugblik naar het verhaal:

Ziet, dit was de ongerechtigheid uwer zuster Sodom; hoogmoed, zatheid van brood en stille gerustheid had zij en haar dochteren; maar zij sterkte de hand des armen en nooddruftigen niet. (16:49)

Eigenwaan vol belang. Overdadigheid van eten. Zielsrust in het bestaan. In het licht van de bevrijdingstheologie durf ik te stellen dat ik in Sodom leef. Alles wat ik begeer is voor mij bereikbaar en van dat alles is overvloed. Veel dat de Westerse Wereld nastreeft gebeurt mijns inziens binnen een eigenwaan. Ja zelfs het bevorderen van het welzijn van de landen onder de Sahara is in het eigenbelang. Zo ook mijn bezoek aan Zuid-Afrika. Hoe nobel mijn streven en altruïstisch mijn houding ook is. Ik streef naar zelfontplooiing en help mijn eigen soort in dat eigenbelang. Toch ontbreekt bij mij een essentieel gegeven dat mij loszet van de Wereld om mij heen. Ik ervaar geen zielsrust. Mijn bestaan wordt niet gerechtvaardigd door het welzijn en het aannemelijke en aanlokkelijke van de weelde die mij geschonken is. De Hoorn des Overvloeds blijft stromen, mijn beker overvloeit.

Zwarte kracht

Wanneer een rivier buiten zijn oevers treedt, neemt het alles dat er is met zich mee. De woonarken die eens tegen de kant lagen, worden meegenomen in de maalstroom. De aanhoudende regen brengt de het drijvende huis steeds verder landinwaarts totdat de neerslag stopt en de woning tot stilstand komt. De zon schijnt weer en droogt het hout, de aarde en verwarmt de lucht. Dit is mijn theologische huis.

Het zwarte huis in Afrika heeft nooit gedreven. Het is gebouwd op haar dorre grond met in de scheuren rood sap dat uit de aderen van Afrika’s mensen vloeit. Steen voor steen is de fundering gelegd door blanke overheersers en terroriserende dictators, verziekt en misbruikt. Aangestampt door de scheiding tussen blank en zwart is het niets minder dan uitzichtloze misère. Bij de plaatsbepaling van de muren stierven Martin Luther King en Malcolm X een gewelddadige dood. Allan Boesak richtte samen met Desmond Tutu en Manas Buthelezi de muren op voor de Zwarte Theologie. Hun nauwe betrekkingen bij Nelson Mandela en het ANP heeft ervoor gezorgd dat de vensters uitzicht gaven op de mens als politiek, economisch en sociaal wezen. Zij plaatsten de bevrijdingstheologie in de achterkamer en brachten het wezenlijke van de (Zuid-)Afrikaanse bevolking in contact met het Hogere. Maar de zon schijnt hel en verhit de waarden en normen die het meubilair vormen. Het dak wordt plaat voor plaat op het huis gelegd. De klinknagels worden met harde hamerslagen verenigd met de muren. Slagen die terug doen denken aan een verhaal dat teruggaat naar het begin van de jaartelling.

Toen werd het lijden ook ingeluid met hamerslagen. Opgeheven en voor iedereen zichtbaar stierf een bijzondere man voor de doodgewone man. Onderweg naar de plaats waar hij hangen zou, sleepte hij een houten kruis door de straten van Jeruzalem. Vandaag worden er ook kruizen gedragen, slepend naar een eindpunt dat geen uitzicht biedt. Zo blijft de arme mens met zijn kruis onzichtbaar. Geen hoog doel om voor te sterven, niets materieels om van, met of voor te leven.

Het dak van de theologie in Zuid-Afrika is een dak dat lijden voorstaat. Het is de kroon op het werk, het moet zichtbaar zijn dat er lijden is. Zo brengt de bevrijdingstheologie en de zwarte theologie het lijden van de Christus opnieuw in het licht. Dit keer zit het in de mens zelf en is Jezus niet de verlosser van zonde. Hij is de bevrijder uit onrecht.

De Naakte Pastor

Wim Sonneveld verhaalt eens van een tocht Op de Step. Hij treft een pastoor en vraagt of die de weg weet naar Purmerend. De pastoor wijst hem de weg naar de kapel- die kent hij ongetwijfeld wel. En als hij daar dan is, moet hij nog maar eens de weg vragen.

Vanuit de bevrijdingstheologie en de zwarte motivatie zijn er drie duidelijke punten waar een theoloog mee te maken krijgt: armoede, onderdrukking en segregatie (of marginalisatie). Drie thema’s die door de eeuwen heen altijd in verbinding staan met het wezen van de mens. Ze hebben niet alleen de geschiedenis gekenmerkt, ook de mensen. Hoe de zwarte mens zichzelf kan zien, hoe men anderen ziet, hoe men blanken zien. Geschiedenis weegt zwaarder dan de meeste mensen bewust zijn. Alleen al wanneer ik kijk naar de invloed van de Tweede Wereldoorlog en de gevolgen daarvan. De gevolgen van de Apartheid zijn onlosmakelijk te zien van hoe het land nu is.

Daar zal ik komen als blanke zendeling. Niet uitgezonden vanuit een instituut maar aankloppend vanuit het hart. Zonder enige rechtvaardiging of verzekering. Los van een toekomst, vrij van een oordeel. Daarna vertrek ik weer. Ik ben de pastoor die de weg wijst aan degene op de step. Kijk daar, ga daar heen. Motiveren om ergens te komen, helpen de mens zichzelf te vinden. Tegelijkertijd ben ik ook degene op de step en weet ik dat ik misschien één zinnige vraag kan stellen alvorens ik weer verderga.

Maar dat is de plek van de pastor. De pastor in dergelijke situaties moet zich ontdoen van al zijn vooroordelen en de ander worden. Hij moet als het ware naakt de ander tegemoet treden en de kleren aanpakken die hem aangereikt worden. Daarin schuilt geen zelfverloochening. Het is geen aanpassen om ingesloten te worden. Het zijn kwetsbaarheid en authenticiteit die toenadering zoeken tot het uitzichtloze. Hij komt geen uitzicht brengen, hij komt geen licht schijnen aan de schaduwzijde van de maan. Hij wil de fonkelende sterren laten zien dat zij stralen.

Een open deur

Door zelfontdekking, overgave, participatie en het uitstellen van het oordeel wordt de arme mens zichtbaar in de spiegel die de naakte pastor biedt. Wat hij doet is het openen van de deur van het Afrikaanse huis en verwelkomt iedereen die binnen wil komen. Er wordt niet geoordeeld of de ander wel rechtschapen is, ziek, rijk of arm is. Het huis is er voor de Mens. Zijn eigen huis laat hij met een open deur achter waar hij vandaan komt. Zodat wanneer hij terugkomt er een frisse wind door het huis is gegaan.

Want een pastoraal werker in Zuid-Afrika doet niet aan druppels laten sissen op een gloeiende plaat. Hij laat het innerlijke water tot wijn worden. Zodat het smaak krijgt, voedt en dat de arme mens zelf de vruchten mag plukken van zijn eigen bestaan.

Lot

Met een overvloeiende beker in de hand schrijf ik en weiger ik een slok te nemen. Zoveel overvloed van het zoete kan niet anders dan zilt of bitter zijn. Wat zal ik vaak op het basement van Lots vrouw staan. Verlangend naar het luxeleven van hier. Wensend dat ik niet een van de weinige zou mogen zijn die daarin mag delen. De funderingen van mijn huis zijn degelijk, mijn muren zijn dun, het dak boven mijn hoofd is net genoeg om een zomerse bui te doorstaan. Laat staan een overstroming. De woonark is nog lang zo veilig niet.

Het is voor mij tijd om te zaaien. Maar zal ik in deze droogte het graan op zien schieten? Ik denk het niet. Dan maar aren lezen.

 


In de jaren 60 van de vorige eeuw richtte de Rooms Katholieke Kerk, bij monde van het Tweede Vaticaans Concilie zich op de Bevrijdingstheologie. De kerk moet meer aanwezig zijn in de wereld. De ivoren toren van theologie moest een krot worden zodat het bereikbaar zou zijn voor de mensen die dat het meest nodig zijn. Sociale ongelijkheid en het verschil tussen arm en rijk werd een uitgangspunt dat de houding van de kerk, en van veel (pastoraal-)werkers vandaag de dag kenmerken. De manier van kijken naar de wereld sloot niet meer aan bij het lijden en sterven van Christus zoals verwoord in de evangeliën. Hij was daar voor de armen, de nooddruftigen. Het moest de roeping van de kerk worden om te midden van de armen te zijn, zoals Christus zich onder de hoeren, tollenaars, melaatsen en zondaars bevond. Zo is de kerk gevestigd met een sterke antipathie tegen het imperialisme en de onachtzaamheid van het Westen naar van het steeds groter groeiende verschil tussen arm en rijk.

No Comments

Post a Comment